Visie NT2-klas (Nederlands als tweede taal)


Doel van de taalklas is nieuwkomerskinderen in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar intensief Nederlandstalig onderwijs te bieden zodat ze na ongeveer een jaar in kunnen stromen in het reguliere basisonderwijs of op een andere passende plek.

Hierbij geven we het onderwijs op de volgende wijze vorm:

Taalonderwijs:
De kinderen krijgen direct bij binnenkomst in de taalklas les in het Nederlands op alle domeinen van de Nederlandse taal (luisteren, spreken, lezen en schrijven). Hierbij maken we gebruik van de methodes: Mondeling Nederlands Nieuw, Horen Zien en Schrijven, Veilig leren lezen, Taal Actief (inclusief spelling), nieuwsbegrip, schrijven in de basisschool.
Daarnaast wordt er gewerkt vanuit thema’s om een rijke, betekenisvolle en uitdagende leeromgeving te realiseren. Hierbij wordt gefocust op uitbreiding van de woordenschat waarbij DAT (dagelijkse taal) en CAT (school- of academische taal) woorden aangeboden worden. Op deze wijze wordt bestaande kennis (vanuit de moedertaal en onderwijs in de voorgaande jaren) gekoppeld aan nieuwe kennis om het diepgaand leren te stimuleren.
Taal is een communicatiemiddel. Taal is nodig om iets uit te leggen, iets te bereiken, te begrijpen en kennis op te doen. Interactie is een voorwaarde tijdens onderwijsleersituaties om de leerlingen uit te dagen met elkaar en met de leerkracht te communiceren. Daartoe worden coöperatieve werkvormen ingezet.
De leerkracht biedt op diverse wijzen taalsteun aan de leerlingen: door te ervaren met meerdere zintuigen, te visualiseren, schema’s, levensecht materiaal, ICT en leer strategieën in te zetten. Vanuit het thema worden waar mogelijk excursies/ uitstapjes gemaakt om vanuit de werkelijkheid te leren. Ter ondersteuning van het leren mogen de leerlingen de moedertaal gebruiken.
Het taalgebruik van de leerkracht is van hoog niveau (voorbeeldfunctie), afgestemd op de leerlingen. De leerkracht heeft hoge verwachtingen van de leerlingen en stimuleert, geeft gerichte feedback, sluit aan bij wat de leerling kan, daagt de leerling uit om te leren.
Voor rekenen wordt gebruik gemaakt van Kwint. Dit is een niet talige methode. Hiertoe is gekozen om aan te kunnen sluiten bij de (reken)competentie van de leerlingen. De leerling kan laten zien wat hij kan, wat zijn welbevinden bevordert. Daarnaast wordt aandacht besteed aan rekentaal en -begrippen die van belang zijn voor het volgen van Nederlandstalig onderwijs en aan contextrijke opgaven om de taalvaardigheid van de leerlingen te vergroten.
Tijdens vakken als gym, handvaardigheid en muziek wordt impliciet gewerkt aan vergroten van de taalvaardigheid (woordenschat, communicatie met elkaar, feedback krijgen/ geven).

Sociaal emotionele ontwikkeling:
In de klas wordt een veilig klimaat voor de leerlingen gerealiseerd. De leerkracht heeft oog voor de leerling, maakt contact met de leerling en zijn ouders, ziet het kind met zijn talenten, culturele achtergronden en ontwikkelmogelijkheden.
Er is een duidelijke structuur door klassenregels, routines en een vast rooster. Er is structureel aandacht voor afspraken en omgangsnormen (bijvoorbeeld vinger opsteken, op je beurt wachten, iets vragen aan een ander, zuinig zijn op je spullen).
Voor de ontwikkeling van sociale competenties (besef van zichzelf, zelfmanagement, besef van de ander, relaties kunnen hanteren, keuzes maken) is gedurende de hele dag aandacht, daarnaast wordt de kanjertraining gebruikt. Een externe deskundige geeft rots- en watertraining en een dramadocent komt lessen geven over omgaan met en uiten van emoties. De leerkracht is daarbij aanwezig.
Contact tussen ouders en leerkracht is belangrijk. Daartoe gaat de leerkracht minimaal een keer per jaar op huisbezoek (start van de schoolloopbaan). Vanuit het intakegesprek (met CJG (orthopedagoog Susanne Bruning), ouders, vluchtelingenwerk en intern begeleider (Tineke Pannekoek) m.b.v. tolktelefoon bij vluchtelingengezinnen) krijgt de leerkracht de gegevens door. De intake van arbeidsmigranten vindt plaats door de intern begeleider (zonder aanwezigheid van CJG en tolk). Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden om de ouders minimaal eenmaal per jaar op school te ontvangen (mogelijk met een themabijeenkomst en een tolk). De leerkracht heeft geregeld contact met de ouders door middel van whats-app of telefonisch contact. Indien noodzakelijk worden schriftelijke berichten door een extern persoon vertaald.

Passend onderwijsaanbod:
We streven ernaar de leerlingen in zo kort mogelijke tijd te begeleiden naar het voor hun hoogst mogelijke niveau. Daartoe worden per leerling leerdoelen opgesteld die verwerkt worden in een ontwikkelingsperspectief. Hierbij wordt het model van het expertisecentrum Anderstaligen uit Emmen gebruikt. Bij binnenkomst wordt de leerlijn vastgesteld op grond van leeftijd, geletterdheid en verwantschap van de taal. Indien aanwezig worden overdracht gegevens van voorgaande scholen en vanuit de intake mee- en opgenomen in het ontwikkelingsperspectief. Vanuit het gebruikte model worden de gestelde leerdoelen/ resultaten overgenomen en het onderwijsprogramma opgesteld (met behulp van leerlijnen van CED-groep en SLO). Daarbij worden leerlingen zoveel mogelijk geclusterd om het aantal te bedienen niveaus in de groep behapbaar te houden. Per 10 weken wordt geëvalueerd of de doelen behaald zijn; hierbij worden de cito toetsen 3.0 gebruikt. Vervolgens worden de doelen bijgesteld indien de leerling versneld aanbod kan krijgen. Als de leerontwikkeling vertraagd verloopt, krijgt de leerling nog wat langer de tijd om hieraan te werken (soms heeft de leerling een langere wentijd nodig); dit betekent dat de doelen niet direct naar beneden toe bijgesteld worden. In overleg met de intern begeleider wordt besproken welke aanpassingen gedaan kunnen worden in het onderwijsaanbod om de doelen alsnog te behalen.
Daarnaast worden methodetoetsen afgenomen. Op grond hiervan worden hiaten zo snel mogelijk weggewerkt door extra instructie en oefening.
De leerkracht gaat geregeld met de leerling in gesprek om motivatie en wensen in kaart te brengen.
Bij overdracht naar de reguliere basisschool wordt het ontwikkelingsperspectief overgedragen en worden de leerlijnen (vanuit het model vanuit Emmen) meegegeven als streefdoelen voor de komende 3 leerjaren. De leerkracht verzorgt een warme overdracht (gesprek) met de ontvangende school, bij zorgleerlingen is de intern begeleider hierbij eveneens aanwezig.

Uitstroom
Na ongeveer een jaar onderwijs in de taalklas stromen de leerlingen uit naar een passende school. Mogelijkheden zijn: reguliere basisschool, ISK (internationale schakelklas), SBO of SO. Procedures zijn per kind op maat, onderstaand worden stappen in grote lijnen aangegeven.

• Uitstroom naar reguliere basisschool:
- Na ongeveer een jaar onderwijs in de taalklas
- Naar buurtnabije basisschool (keuze is aan ouders) of naar de school waar een (kleuter)broer of -zus zit
- Instroom in groep (ongeveer) aansluitend bij leeftijdsniveau van de leerling
- Intern begeleider zorgt voor lijst met mogelijke scholen en informeert scholen over mogelijke instroom van leerling
- Leerkracht zorgt voor warme overdracht
- Leerlijnen voor komende leerjaren worden meegegeven inclusief opgesteld OPP
- Leerkracht maakt afspraken over “wennen/ meedraaien” in de periode voorafgaand aan overstap naar regulier basisonderwijs

• Uitstroom naar ISK (Apeldoorn):
- Leerling moet minimaal 12 jaar zijn
- Intern begeleider neemt contact op met ISK (Heemgaard of Edison)
- Leerkracht heeft contact met ouders en zorgt voor doorgeven van afspraken
- Indien noodzakelijk gaat leerkracht of ib-er mee met intakegesprek
- Overdracht van OPP


• Uitstroom naar SBO of SO
- In de periode voorafgaand is er nauw contact met orthopedagoog Susanne Bruning. In speciale situaties zijn ook andere instanties betrokken. IB-er coördineert, is aanwezig en bewaakt proces
- Non-verbaal intelligentie onderzoek wordt afgenomen (in overleg met orthopedagoog) door Anne-marie Smits. IB-er coördineert.
- Orthopedagoog, onderzoeker en ib-er (waar nodig leerkracht) bespreken onderzoek uitslagen met ouders (indien mogelijk onder (onbetaalde)aanwezigheid van iemand die kan tolken)
- IB-er neemt contact op met SBO of SO, mogelijkheden worden afgestemd
- TLV-aanvraag bij samenwerkingsverband door ib-er. (Groeidocument invullen, handtekening 2 externe betrokkenen, ouders enz)
- Bezoek aan de school (indien nodig begeleidt ib-er ouders en leerling hierbij)
- Ondersteunen bij aanvraag vervoersverklaring (indien nodig)